Gescharrel

eierschaalMidden jaren negentig had ik een vriendje in de binnenstad van Breda. Hij woonde op kruipafstand van de kroegen, dus na een avondje stappen bleef ik altijd bij hem slapen. ’s Morgens werd ik nogal eens gewekt door de haan, die aan de achterkant van het oude pand huisde. Tussen de studentenhuizen en winkels liep een gezellig stel Hollandse legkippen. Eieren heb ik er nooit gevonden, maar het stel pluimvee zorgde voor een instant idyllisch boerderijgevoel in de oude binnenstad.

Nederland telt een grote hoeveelheid hobby-kippenboeren. Om mij heen hebben heel wat mensen een paar kippen in de achtertuin. Meestal knutselen vaders een hok in elkaar van een paar overgebleven schuttingplanken of een oud speelhuisje. De kinderen kiezen de kippen uit en geven ze creatieve namen. En moeders is uiteindelijk de klos als de kippen verzorgd moeten worden. Het houden van kippen betekent immers ook: het hok schoonmaken, bij tien graden onder nul twee keer per dag het ijs weghakken en water verversen en het hele hok uitboenen als de kippen bloedluis hebben opgelopen. Ik kan je vertellen dat het idyllische getok en gescharrel je even niets meer kan schelen als de kippenstront in je haren zit.

En toch blijf ik erbij: als je in de stad woont, is het prima te doen om een stel kippen te houden. Met bijna net zoveel werk als het bijhouden van een konijnenkoppel heb je bovendien verse eitjes en altijd een paar dankbare klanten voor de restjes eten van de vorige dag. Je mag tot 60 krielkippen of 100 legkippen houden als hobby, maar dat raad ik je in de stad niet aan. Twee tot vier kippen is meer dan genoeg. In mijn stadstuin scharrelen mijn drie kippen Nugget, Schnitzel en Saté gezellig om mijn voeten (hé, ik heb die namen niet verzonnen!). Een haan heb ik niet, om burenruzie te voorkomen. Met een dagelijkse aanvoer van drie verse eitjes hebben we meer dan genoeg en genieten we wekelijks van eiersalade, pannenkoeken en verse cake. Voor mijn vriendje uit de binnenstad was ik zelf gelukkig geen scharrel: we zijn deze week precies 19 jaar samen.

Aangeboden: multitasker (V)

Zojuist heb ik onder luid geschreeuw van Motörhead de vloer gedweild. De vloer was nodig aan een poetsbeurt toe en Studio Brussel helpt daarbij. Daarvoor had ik al 3 van de 5 rijen aardappels gewied en rond een uur of 8 hing ik al een wasje buiten. Het is maar goed dat vriendin S mij gisteren meenam naar de sauna, want niemand houdt dit tempo vol. Mijn naam is Susan Lambeck, multitasker.

Sinds ik twee weken geleden luid op internet verkondigde dat ik freelance tekstschrijfster ging worden, heb ik moeite om prioriteiten te stellen. Er kwam immers weer een zelfbedachte functie bij in mijn profiel van moeder/huisvrouw/moestuinmoeder/kunstenares. En niemand die mij even hielp om een van de functies te schrappen.

Tja, altijd weer die keuzestress, waar ik al eerder mee worstelde. Het is ook zoveel leuker om te schrijven en te tuinieren, dan die verdomde vloer te dweilen. En van alle functies is die van tekstschrijfster de enige die echt harde valuta op kan leveren in de nabije toekomst. Maar Susan Lambeck huisvrouw kan ik nog niet ontslaan.

“Wie noemt zich tegenwoordig nog huisvrouw?”, vroeg ook Sylvia Witteman zich een paar weken geleden in de Volkskrant Magazine af. Ooit was het inderdaad een dankbare dagbesteding, maar inmiddels hebben we allemaal wel wat beters te doen. Maar iemand moet het doen. En omdat mijn inkomen nog steeds beneden het vriespunt verkeert, wordt mijn ZZP-bestaan ernstig belemmerd door vieze gymkleren, stinkende WC-vloeren en een plakkerige koelkast. Al dat gepoets is ook nog eens behoorlijk pointless, want wie zegt er als hij thuis komt: “Schat, wat heerlijk dat die badkamervoegen weer wit zijn! Mama, wat fijn dat die ene spijkerbroek schoon in de kast hangt.” We weten allemaal dat dat een zeldzaamheid is.

Kon ik de onderste steen maar boven krijgen...

Kon ik de onderste steen maar boven krijgen…

In een ver verleden volgde ik een cursus timemanagement. De omvangrijke klussen waren de grote keien, waar je niet om heen kon. Het heeft geen zin om die vooruit te schuiven, want dan raak je ze nooit kwijt. Je stoot elke keer weer je grote teen aan zo’n kei. Ik heb alleen het gevoel dat ik een hele grote berg kiezels heb, waar geen begin of einde aan zit!