Tuinbonentest

Eind vorig jaar nam ik de proef op de som om mijn tuinbonen eens op verschillende manieren te gaan telen. Omdat de tuinkas de hele winter vrijwel leeg is, stopte ik een half doosje tuinbonen daar in de grond. Ik gaf ze de hele winter af en toe water en de planten groeiden traag maar gestaag. Daarnaast legde ik eind oktober drie rijtjes tuinbonen in de volle grond, waar ik wat champignonmest over verspreidde. Tot slot gingen de overgebleven tuinbonen eind februari – begin maart de grond in.

Aan het begin van de lente stonden de tuinbonenplanten in de kas al frisgroen rechtop. Dat beloofden flinke planten te worden. Voorzichtig plantte ik een aantal exemplaren over naar buiten, om te zien wat het resultaat daarvan zou zijn. De bonen die ik in oktober de grond in had gedaan, begonnen ook goed door te groeien. De hele winter hadden daar een paar kleine groene blaadjes gestaan, bibberend van de kou, maar ze leken zich goed te herstellen. De bonen die ik in februari had gelegd, liepen uiteindelijk achter de rest aan en sloten de tuinbonenrij.

Deze week oogstte ik volop tuinbonen. En er was wel degelijk verschil te zien tussen de diverse planten, binnen en buiten:

  • de planten binnen waren het grootst gegroeid. Niet zo verwonderlijk, omdat de temperatuur in het vroege voorjaar al lekker omhoog ging in de kas. Maar hoewel de automatische raamopener ervoor had gezorgd dat elke dag mijn raam open had gestaan, waren lang niet alle bloemen bevrucht geraakt. De opbrengst was dus matig.
  • De bonen die in oktober de grond in waren gegaan, waren uitgegroeid tot grote sterke planten. Ondanks mijn goede zorgen warren enkele planten toch aangetast door de luizen, maar zeker niet alle planten. Bovendien droegen de planten 5-7 peulen per plant, dus ik had een mooie opbrengst.
  • De bonen die in februari het licht hadden gezien, waren erg achtergebleven in groei. De planten waren een stuk kleiner, en hoewel ze luisvrij waren, zaten er ook niet veel bonen aan.

Nu vraag je je waarschijnlijk af welke tuinbonen ik heb gebruikt, maar slordig als ik af en toe ben, is het doosje bij het oud papier beland. Eén ding weet ik wel zeker: ik kweek geen bonen meer in mijn kas. De opbrengst viel tegen en de tomatenplanten stonden te dringen voor de schaarse ruimte in de kas. Maar tuinbonen leggen in oktober is zeker een heel goed idee!

PS: Manlief maakte er een heerlijke salade mee van verse sla, tuinboontjes, uitgebakken spekjes en mozzarella. Echt een aanrader!

5 soorten spinazie in de moestuin

Er is niet zo heel veel spannends aan spinazie. In mijn beleving zijn het gewoon groene blaadjes die mijn kinderen niet zo lekker vinden. Ja, als ze à la crème uit de vriezer van de supermarkt komen, dan eten ze ze wel. Zelf vind ik verse spinazie heerlijk, maar in de moestuin deed ik er tot nu toe niet zoveel mee. Tenslotte is het veel leuker en decoratiever om gekleurde bieten, mooie rode tomaten en oranje pompoenen ze kweken. Toch ga ik dit jaar aan de slag met verschillende soorten spinazie.

Doorlevende spinazie

Als ik er een paar moestuinboeken op na sla, is spinazie ook niet overal even populair. In sommige boeken wordt de bladgroente gewoon genegeerd, terwijl er toch heel wat over te leren is:

  • Spinazie zaai je het beste in het voor- of najaar. In de zomer schiet de spinazie snel door in zaad.
  • Er bestaan heel veel verschillende spinazierassen. Nederlanders zouden vooral houden van het lichte, kleine blad, terwijl men in Vlaanderen de voorkeur geeft aan breed, donker blad. (Ik woon bijna op de grens, dus ik probeer gewoon allebei!)
  • Er zijn twee groepen te onderscheiden: de scherpzadige rassen, dit zijn de harde groeiers die snel doorschieten, en de rondzadige rassen zonder stekels (op de zaden dan hè…). Dit zijn trage groeiers die ook minder snel doorschieten. In de zomer zaai je dus het beste de rondzadige trage groeiers. Goed om te weten!
  • Spinazie is een gulzig gewas en vraagt een goed waterdoorlatende grond met een flinke dosis compost.
  • Een aantal bladgewassen dat op spinazie lijkt, is een stuk gemakkelijker te telen, zoals melde, brave hendrik en doorlevende spinazie. Het is even wennen aan de bittere, sterke smaak, maar ik kan het je aanraden. Ik roerbak het met andere groenten, knoflook en wat olijfolie. De planten groeien steeds weer terug, dus voor luie tuinders is het echt een uitkomst!

Aan de slag…met 5 soorten spinazie in de moestuin

  1. Om te beginnen heb ik begin maart in de halfschaduw een rijtje spinazie Nores in de volle grond gezaaid. Nu ik heb geleerd dat de rondzadige rassen trage groeiers zijn, zal ik wel even geduld moeten hebben. Ook weet ik nu dat ik deze ‘Viking’-spinazie ook nog in de zomer kan zaaien.
  2. Verder heb in Nieuw-Zeelandse spinazie voorgezaaid in potjes, na de zaden eerst 24 uur in water te hebben geweekt. Eigenlijk is het geen spinazie, maar het heeft dezelfde smaak. Dit is een goed alternatief voor zomerspinazie (dus wellicht heb ik het wat te vroeg voorgezaaid). Ook zou de plant zichzelf uit kunnen zaaien, waardoor hij het volgend jaar weer terug opkomt.
  3. Daarnaast heb ik zaad liggen van Turkse spinazie (Riccio America), die het in de zomer goed zou doen. Ik heb even in het zakje gespiekt en zag daar mooie ronde zaadjes. Het zou dus moeten kloppen. Vorig jaar is dat niet helemaal gelukt, dus ik ga nog een poging wagen. Spinazie houdt niet van te droge of te natte grond, en dat zal wel een probleem zijn geweest in ons wisselvallige klimaat.
  4. Ook ga ik misschien toch weer een keer de doorlevende spinazie zaaien. Daar had ik al eerder een stukje moestuin mee vol staan. Het lijkt wat meer op snijbiet dan op spinazie, maar na het koken of roerbakken heeft het dezelfde lekkere smaak. Een supergemakkelijk gewas dat groeit als een dolle!
  5. Tenslotte zag ik vorige week al de eerste nieuwe blaadjes verschijnen van de Brave Hendrik. Geen spinazie, maar ook een plant die er qua smaak erg op lijkt. Ook de bloemen zijn trouwens eetbaar van deze plant, maar dat heb ik nog maar niet geprobeerd. Als ik te gek ga doen in de keuken, krijg ik ruzie hier aan tafel.

Brave Hendrik

Oppassen!

Hoewel ik net zo sterk zou willen worden als die supersterke matroos Popeye, is het niet verstandig om te veel spinazie te eten. Het bevat dan wel veel ijzer en mineralen, maar ook nitraat en oxaalzuur. Je kunt dit oxaalzuur wat verzachten door melk of room toe te voegen. Wordt het toch nog spinazie à la crème…

Geraadpleegde boeken:

  • Ecologisch tuinieren, Velt
  • Van zaaien tot oogsten, Hans van Eekelen
  • Het plezier van een eigen moestuin, Xavier Mathias
  • De groentetuin van A tot Z, Michel Caron