Bietenburgers

De grote mannen hier in huis houden van vlees. Veel vlees en liefst elke dag. Zoveel zware kost kan mijn lijf niet goed verdragen. En mijn jongste zoon is ook niet zo dol op vlees. We schipperen dus nogal wat af met de avondmenu’s. Nu zijn er natuurlijk legio lekkere vegetarische maaltijden te maken, maar soms is snel en gemakkelijk ook fijn. Jaren geleden kocht ik dan groenteburgers, zodat we toch dat derde ding op ons bord hadden. Maar al met al vind ik ze duur en niet altijd lekker. Gelukkig is het nu meivakantie, waardoor ik tijd heb om heerlijk te experimenteren. Zo maakte ik een grote stapel bietenburgers. Ik ga ze proberen in te vriezen, zodat ik altijd snel een vegetarische optie heb. Met een berg friet erbij hoor je niemand klagen…

Wat heb je nodig?

  • 1 gesnipperde ui
  • 3-4 teentjes knoflook
  • 1 eetlepel lijnzaad met een eetlepel heet water
  • 400 gram gekookte bieten
  • een handvol mais (uit blik)
  • 150 gram kidneybeans
  • 100 gram speltmeel
  • 100 gram paneermeel
  • een klein blikje tomatenpuree
  • 3-4 koppen havermout
  • kruiden, zoals kurkuma, chilipoeder, paprikapoeder, komijn en ras-el-hanout
  • peper en zout

Hoe maak je de bietenburgers?

Pel en pers de knoflook uit en doe deze met de ui en het lijnzaad in de keukenmachine. Snijd de bieten in stukjes en doe deze er in kleine hoeveelheden bij, hetzelfde met de mais, de bonen, het spelt- en paneermeel. Voeg het blikje tomatenpuree toe en mix goed door. Nu ga je kruiden erbij doen, neem van alles lekker veel! Proef af en toe een beetje om te kijken of de massa genoeg smaak heeft. Je hebt nu een vrij natte massa die je gaat binden met de havervlokken. Doe zoveel vlokken erbij tot je ballen kunt draaien, maar voeg niet te veel toe. Daarvan wordt het een droge hap.

Warm de oven voor op 175 graden en bedek je bakplaat met een vel bakpapier. Draai ballen in het formaat golfbal en leg ze op de bakplaat. Druk ze een beetje plat. Bak de bietenburgertjes in een half uur lichtbruin. Draai ze halverwege om. Bestrijk ze eventueel met een beetje olijfolie voor een mooie glans. Lekker met een groene salade en bijvoorbeeld tzatziki.

© Susan Lambeck

 

 

Advertenties

Into the wild

Lange dunne armen in de diepe zakken van zijn nét te korte spijkerbroek. De blik iets naar beneden gericht. Het is een beetje guur, maar een waterig februari-zonnetje schijnt over het modderige pad. Ik wijs ‘m op de bijzondere kleuren van de jonge berkenboompjes: “Kijk, ik heb er een foto van gemaakt.” “Mooi”, zegt hij kort. En met grote passen loopt hij van mij vandaan.

Na dagen van onophoudelijke regen moest ik een frisse neus halen. “Kom op jongens, we gaan uilen zoeken”, probeerde ik enthousiast. “En dan nemen we warme chocolademelk mee”, vulde manlief mij aan. “En wafels.” Er klonk enig gemor vanaf de bank: “Moet dat echt? Ik ga alleen mee, als hij ook mee gaat”, met een vinger wijzend naar broerlief. “Doe nou maar, jullie zitten al de halve dag voor de televisie. De draden van je rafelige badjas hebben ook een pauze nodig. Echt, kom nou maar”, probeerde ik vasthoudend. En tegelijkertijd hoorde ik mijn eigen ouders praten, toen ik zelf een lange slungel was.

Soms als ik m’n mond open doe om iets te zeggen, hoor ik mijn eigen moeder praten (Mamadesk)

Na enige overredingskracht sjokten de knullen naar boven om zich aan te kleden. Met trage bewegingen strikten ze hun veters. “Jij mag wel voorin zitten”, zei ik tegen het lange eind. Misschien dat het hielp. Het kost wat moeite om die pubers in beweging te krijgen, maar ergens weet ik dat ze het nog best leuk vinden om de natuur in te gaan, als we er eenmaal zijn. Tenslotte keek oudste zoon niet voor niets minstens drie keer naar de film Into the Wild

Wandelen met pubers“Weet u in welke boom de uilen zitten?” Een groepje fotografen keek ons een beetje verward aan. Nee, die dag hadden ze de opdracht om een Duitse herder te fotograferen. Onder een lege boom. Dan maar weer door, langs het volgende ven. Een stel hooglanders keek ons onverstoord aan. De zon brak door, de puntige schouders ontspanden zich. Zoon stond af en toe stil. Keek op z’n telefoon. Staat hij nu de godganse tijd te whatsappen? Potverdorie, stop dat ding nou eens gewoon in je zak. Aan het eind van elk zandpad wachtte hij op me. Zo liepen we zij aan zij het hele ven rond. Opeens legt hij mij het uit: “Ik maak foto’s van de bomen. Goed materiaal voor de tekenles. Ik heb ook zo’n modderpad met water op de foto. Dat is echt kapot moeilijk om na te tekenen.” Een kleine glimlach nestelt zich in mijn mondhoeken. Het valt best mee, zo’n wandeling met pubers.

We wandelden in Boswachterij Dorst, een afwisselend natuurgebied bij Breda, met een mooie kudde Hooglanders. Helaas hebben we de uilen die er zouden zitten nog niet gevonden…