Op de markt in Riga

Afgelopen weekend liep ik rond op de markt in Riga, de hoofdstad van Letland. Nu ik weer thuis zit, vind ik dat trouwens best onwerkelijk. Binnen twee uur vliegen zit je in een totaal andere wereld. Dat brengt mij meteen op het thema van mijn Moestuinmoeder-blog. Ik kan maar beter die ondertitel ‘Moestuinieren, consuminderen en duurzaamheid’ aanpassen, want zo duurzaam is al dat reizen natuurlijk niet. Met een lichtelijk schaamrood op de kaken kan ik je vertellen dat ik dit jaar naar Rome en Riga vloog en ook nog eens met onze oude Jaguar vol CO2-uitstoot een roadtrip maakte naar Tsjechië. Niks duurzaam en consuminderend!

Toch kan ik er intens van genieten. Je moet nu eenmaal niet altijd streng zijn voor jezelf. Dus togen mijn fitte moeder en ik voor vier dagen naar de oude Hanzestad Riga, een charmante, sfeervolle stad met smalle straatjes, prachtige Art Nouveau gebouwen, hippe kunstwinkels en fijne terrasjes! Het grote toerisme heeft er nog geen slag geslagen, waardoor je echt in alle rust de stad kunt bekijken. Wij wandelden in twee dagen het oude centrum rond. Een citytrip naar Riga is echt de moeite waard.

Het meeste indruk maakte misschien nog wel de centrale markt in Riga. Net ten zuiden van het centraal station is een aantal oude Zeppelin-hangars omgetoverd tot een grote marktplaats, vol lokale oogst, potten en pannen en kleding. In Letland hecht men veel waarde aan voedzame maaltijden. Het aantal fastfoodrestaurants in de stad is dan ook op één hand te tellen. We zagen bergen verse paddenstoelen, blauwe bessen, veenbessen en enorme meloenen en pompoenen. Ik heb nog even overwogen om een kilo hazelnoten in mijn rugzak te proppen, maar daar zou Air Baltic vast niet blij mee zijn geweest.

Na deze indrukwekkende citytrip ga ik weer over tot de orde van de dag! De eerste pompoenen uit mijn moestuin staan alweer op het vuur, ik fiets weer trouw en duurzaam naar mijn werk en zal eens gaan nadenken hoe ik mijn blog ga noemen 😉

Advertenties

Wildplukken

Wildplukken is tegenwoordig een enorme trend aan het worden. Dat is leuk natuurlijk, maar ook wel een beetje jammer. Vooral als dure restaurants met de natuurlijke vondsten aan de haal gaan en mensen bossen leegplukken. Officieel mag het ook eigenlijk niet, maar ik denk dat als je een beetje uit de natuur haalt en de rest laat hangen voor de eekhorentjes, dan kan het best. Het is leuk om de eetbare natuur te ontdekken, je grenzen te verleggen en de smaken uit de natuur te proeven! Een paar weken geleden kwam het er eindelijk van: ik ging op wildplukwandeling. Nu durf ik wel brandnetels, zevenblad en bramen in mijn mandje te doen, maar voor de rest weet ik niet zo goed wat er voor eetbaars in de natuur te vinden is. Tijd voor een wildpluklesje…

_DSC0976 Kijken en plukken

De wildplukwandeling die ik maakte, was een cursusochtend op Landgoed Wolfslaar, een prachtig gebied aan de rand van Breda. Onder leiding van Olga Kroes, wildplukster in hart en nieren, kregen we uitleg over de verschillende planten en kruiden die we tegenkwamen. Zo proefden we met al onze zintuigen van o.a. de hondsdraf, akkermunt, waterkers, smalle weegbree, de gele kornoelje (zuur!) en een bijzonder peperkruid (pittig!). Ik was erg verrast door de verscheidenheid aan eetbare planten die we in een vrij korte wandeling tegenkwamen!

_DSC0977

Proeven en praten

Na de wandeling zaten we nog heerlijk in het zonnetje bij Warmoezerij Wolfslaar, waar Olga ons van allerlei groene pesto’s, wodka’s en likeurtjes liet ruiken en proeven. Gin van Engelwortel en geurende azijnen, er kwamen allerlei potjes en flesjes voorbij. Wat een klus moet dat zijn, om al die brouwsels te maken, dacht ik meteen. Want hoewel het wildplukken mij heel erg aanspreekt, denk ik dat ik voorlopig mijn handen nog vol heb aan mijn meer gecultiveerde moestuin. Ik sloot de bijeenkomst af met een paar leuke gesprekken en fietste met een heerlijk ontspannen gevoel naar huis. Ik denk dat ik wel een keer een theemengsel bij elkaar ga plukken.

_DSC1006